Tot 1281 behoorde Oudewater tot het Sticht, de huidige provincie Utrecht, waarover de Utrechtse bisschop heer was. In 1265 kreeg Oudewater stadsrechten van bisschop Hendrik van Vianden(?-1265). De originele akte is verloren gegaan, mogelijk in 1575, mogelijk al eerder. De oudste vermelding van de stadsrechten is te vinden in de kroniek van Joannes de Beka et Wilhelmus Heda, die in 1643 werd uitgegeven op naam van Arnout van Buchell[i][i]. De tekst staat op pagina 216 onder een akte met het jaar ‘Anno domini MCC sexagesimo quinto’ (1265) en de datum ‘feria secunda post translationem Sancti Martini’. De translatio van de relieken van de heilige Martinus was op 4 juli. ‘Feria secunda’ betekent maandag. Het dus om de maandag na 4 juli en in 1265 – dat met een donderdag begon – viel dat op 6 juli.

De tekst luidt: ‘Quin et Oudewateram in oppidum erexit, deditqu incolis jura mincipalia et privilegia, quibus postea usisunt.’ Vertaald: ja zelfs Oudewater tot stad verheven en aan de inwoners stedelijke rechten en privileges geschonken, die zij nadien uitoefenen.

 

In H.F. van Heussen en Henricus van Rhijn, Batavia Sacra of kerkelijke historie van Batavia, ook wel kerkelijke historie en outheden der zeven vereenigde provincien, uitgegeven in Antwerpen, 1716 en in Leiden, 1725, staat de tekst ‘De schrijvers getuigen dat deeze Henrik in ’t jaar 1257 ook wetten en regten heeft opgestelt voor de stad Amersfoort [  ]. Hij heeft Oudewater insgelijks tot een stad gemaakt en dan aan de inwoonders burgerlijke regten en voorregten gegeven.’ Het jaar 1257 is door de Oudewaterse burgemeester Kersseboom (overleden 1720) met een verwijzing naar de Batavia Sacra in zijn kroniek overgenomen. A.C. van Aelst nam het jaar 1257 op in zijn publicatie ‘Schets der Staatkundige en Kerkelijke Geschiedenis en van den Maatschappelijken toestand der stad Oudewater tot hare inneming en gedeeltelijke verwoesting in 1575’, gepubliceerd te Gouda, 1893. Op basis hiervan en met overname van de verwijzing naar de kroniek van burgemeester Kersseboom nam dr. F. Ketner het jaartal 1257 op in het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht[ii][ii]. Amersfoort heeft echter in 1259 stadsrechten gekregen en er is geen enkel bewijs om het jaartal 1257 te verbinden aan het verlenen van stadsrechten aan Oudewater[iii][iii].

 

Tekst : Nettie Stoppelenburg

[i][i] Joannes de Beka et Wilhelmus Heda, De episcopis Ultrajectinis recogniti et notis historicis illustratie ab Arn. Buchelio, accedunt Lamb. Hortensii Secessionum civilium Ultrajectinarum libri, et Siffridi Petri appendix ad historiam Ultrajectinam. Ook wel: Histora Ultrajectina.

De Utrechtse kanunnik Johannes de Beka stelde zijn kroniek van de bisschoppen in de 14e eeuw samen. Zijn kroniek werd in 1611 door Doyema uitgegeven. Wilhelmus Heda (ca. 1460-1525) bewerkte het handschrift van De Beka en voegde daar informatie aan toe. Buchelius bewerkte de kroniek op zijn beurt en paste het middeleeuwse latijn naar 17e-eeuws gebruik aan.

[ii][ii] dr. F. Kettner, Oorkondenboek van het Sticht Utrecht. ’s Gravenhage, 1949. Het Oorkondenboek is in 5 delen uitgegeven en bevat afschriften van alle toen bekende vroeg-middeleeuwse akten die betrekking hebben op het Sticht oftewel de provincie Utrecht.

[iii][iii] De kroniek van burgemeester Kersseboom was in 1957 in het bezit van Gijsbert van der Lee, maar is op dit moment niet aanwezig in de collectie Van der Lee in het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Het dossier met de correspondentie over de stadsrechten uit 1957 bevindt zich in het archief van de gemeente Oudewater 1939-1988, RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.