Bron : Nettie Stoppelenburg

 

De oudste plattegronden met Oudewater

Er zijn kaarten bekend uit de oudheid en uit de middeleeuwen, maar pas met de grote ontdekkingsreizen nam de cartografie echt een grote vlucht. De groep mensen die wilde weten hoe de wereld of tenminste de eigen omgeving in elkaar zat, groeide. In de zestiende eeuw waren kaartmakers als Gerardus Mercator en Abraham Ortelius actief in de havenstad Antwerpen. Zij richtten zich voornamelijk op plattegronden voor reizigers en zeelieden. Braun en Hogenberg in Keulen legden zich toe op de productie van stadsplattegronden, die zij in een atlas uitgaven. Dat soort plattegronden werd ook door verzamelaars gekocht.

Het maken van een kaart begint bij de landmeter, die het veldwerk doet. Vervolgens wordt de kaart ingetekend. De graveur tekent dan de kaart op een koperplaat en vervolgens wordt de kaart gedrukt. Kaarten werden zowel los als ingebonden in een atlas verkocht.

Voor de regio rond Oudewater was er een heel specifieke reden om plattegronden te maken: de waterhuishouding. In de zestiende eeuw werd dat een steeds nijpender probleem. Twee kaarten uit de eerste helft van de zestiende eeuw waarop Oudewater te zien is, zijn hoogstwaarschijnlijk gemaakt als hulpmiddel voor het nemen van besluiten over de waterhuishouding. Deze kaarten zijn nooit gedrukt: het zijn zogenaamde manuscriptkaarten, waarvan dus maar één exemplaar bestaat.

 

De Crabeth-kaart

 

Deze kaart is gemaakt door Pieter Dircksz Crabeth. Hij was glasschilder, schilder en cartograaf. In 1511 wordt hij genoemd in Gouda maar hij was afkomstig uit Cuijk.

Pieter Dircksz Crabeth is de vader van Adriaen, Dirck en Wouter Crabeth die vooral aan de gebrandschilderde ramen van de Sint Jan in Gouda hebben gewerkt. Pieter Dircksz Crabeth overleed tussen 1542 en 1552.

Deze kaart wordt gedateerd rond 1520. Het noorden is onder.

Er zijn meerdere rivieren afgebeeld op de kaart: bovenaan de Lek, in het midden de Hollandsche IJssel en onder de Rijn. Rechts komen de Lek en de Hollandsche IJssel uit in de Maas bij Rotterdam.

We zien Oudewater vrijwel in het midden, onder de Hollandsche IJssel.

Rechts van Oudewater, boven de Hollandsche IJssel, is Haastrecht te zien en vandaar loopt een weg naar Schoonhoven aan de Lek. Het gaat om de weg langs de Vlist. Langs die weg zijn enkele molens te zien, de oudste in deze omgeving, de Bachtenaar en de molen van Bonrepas.

Links loopt de Hollandsche IJssel langs Montfoort en IJsselstein om vervolgens aan te sluiten op de Vaartsche Rijn.

Deze kaart wordt bewaard bij het Streekarchief Midden-Holland in Gouda.

 

De kaart met de grenslijn

Een andere kaart uit deze tijd bevindt zich in het archief van Heerlijkheid Hoenkoop dat in bewaring is bij Het Utrechts Archief.

Ook deze kaart is een ‘manuscriptkaart’, een kaart die getekend/geschilderd is en niet gedrukt. Er is zelfs perkament gebruikt om de kaart op te tekenen. De kaart wordt globaal gedateerd in de periode 1500-1550. En ook op deze kaart is het noorden boven.

Op deze kaart is het gebied tussen de Hollandsche IJssel (boven) en de Rijn (onder) te zien. Oudewater ligt middenboven. Tussen Oudewater en Woerden is de Lange Linschoten getekend. De beide Wierickes zijn duidelijk aangegeven. Ook de Kerkwetering is ingetekend. Rechtsboven ligt Gouda.

Deze kaart dateert uit de periode dat de afwatering van het gebied tussen de Rijn en de Hollandsche IJssel wisselde. Vanaf 1366 werd er vooral afgewaterd op de Hollandsche IJssel. Daarom werden de Wierickes gegraven, werd de Lange Linschoten uitgediept, werd de Korte Linschoten gegraven en werd in Oudewater een nieuwe sluis gebouwd. In de zestiende eeuw werd de Rijn weer belangrijker voor de afwatering.

 

Heel belangrijk op deze kaart is de groene lijn: dat is de grens tussen Holland en het Sticht. Deze grens is feitelijk ontstaan in 1281, toen het gebied met Oudewater, Woerden en Bodegraven door de bisschop van Utrecht als onderpand voor een lening werd afgestaan aan graaf Floris V. Omdat de bisschop mede schuldig was aan de moord op Floris V in 1296 werd het gebied definitief toegevoegd aan Holland.

 

De kaart van Jacob van Deventer

De oudste plattegrond van de stad Oudewater is gemaakt door de kaartmaker Jacob van Deventer rond 1565.

Jacob van Deventer is waarschijnlijk rond 1500-1505 in Kampen geboren. Zijn moeder trouwde rond 1510 met een zekere Roelof uit Deventer. Het gezin woonde in Deventer en Jacob bezocht daar de Latijnse school. Daarna ging hij naar de universiteit van Leuven. Oorspronkelijk studeerde hij geneeskunde en wiskunde, maar al snel ging zijn belangstelling naar landmeetkunde en cartografie. In 1536 maakte hij een kaart van het hertogdom Brabant, die zelfs gedrukt werd. Karel V benoemde  hem tot keizerlijk cartograaf.

In 1542 verhuisde Jacob van Deventer naar Mechelen. Hij had daar een atelier samen met Barbara Smets. Jacob tekende de kaarten op basis van zijn landmetingen. Barbara, die de dochter van een schilder was, zorgde voor de afwerking. Sommige kaarten werden gedrukt, sommige kaarten werden ingekleurd. Jacob werkte ook voor de vrije markt en hij en Barbara verkochten dus ook kaarten. Jacob en Barbara waren niet getrouwd, maar leefden wel als een echtpaar samen.

Voor het in kaart brengen van een stad of gebied gebruikte Jacob van Deventer driehoeksmeting. Als van een driehoek namelijk twee hoeken en één zijde bekend zijn, zijn de andere gevens te berekenen.

Rond 1558 gaf Philips II hem de opdracht om alle steden van de Nederlanden in kaart te brengen. Tegenwoordig wordt er wel vanuit gegaan dat Van Deventer zelf al was begonnen aan dit project.

Van Deventer maakte zo’n 250-260 stadsplattegronden in drie versies. In het veld maakte hij werktekeningen die hij al snel uitwerkte tot de minuut, de eerste versie. Op basis daarvan werd een netversie gemaakt. De derde versie was de bijkaart. Daarop was alleen de stad te zien, zonder omgeving dus, en met de vestingwerken en de belangrijke gebouwen. Alle kaarten zijn gemaakt op dezelfde schaal. Het noorden is boven, wat in die tijd nog niet gebruikelijk was. Per stad had Jacob van Deventer zo’n 10 dagen nodig om alles in kaart te brengen. ’s Zomers reisde hij langs de steden om opmetingen te doen, ’s winters werkte hij dat in Mechelen uit.

In 1572 besloot Jacob van Deventer naar Keulen te vertrekken. Barbara smeekte hem met haar te trouwen voor hij vertrok, maar hoewel hij haar toezegde dat hij haar als zijn ‘getrouwde huijsvrouwe’ beschouwde, wilde hij eerst de opdracht voor Philips II afmaken. Helaas stierf hij in 1575. Omdat hij en Barbara niet getrouwd waren, moest Barbara voor een Keulse rechtbank aantonen dat zij samen een atelier hadden gehad en hadden samengewoond en dat zij dus recht had op de erfenis.

Ondanks dat Van Deventer in Keulen overleed, kregen de Spanjaarden het merendeel van zijn kaarten in handen. De netkaarten met de bijkaarten zijn ingebonden in drie boeken. Daarvan zijn er nog twee bewaard, in de Biblioteca Nacional van Spanje in Madrid.

Wat zien we op de plattegrond van Oudewater?

  • Oudewater is omringd door haar middeleeuwse, stenen muren.
  • De stad heeft zes poorten: de Broeckerpoort, de Biezenpoort, de Linschoterpoort die op orders van Maximiliaan van Oostenrijk tot een soort kasteeltje is uitgebouwd, het waterpoortje in de Lange Wal, de Waardpoort die ter hoogte van het huidige stadskantoor ligt en de IJsselpoort naast de Remigiusbrug.
  • Niet alleen naast de Linschoterpoort, maar ook buiten de Linschoterpoort is in deze tijd een brug over de Lange Linschoten.
  • Buiten de Broeckerpoort, zo’n beetje achter het huidige weeghuisje op het Arminiusplein, is de grafelijke korenmolen te zien. In deze tijd was deze molen bekend als de ‘buitenmolen’.
  • Bijna recht omhoog is op de middeleeuwse muur de ‘Biezenmolen’ te zien, de andere korenmolen.
  • De ‘vijver’ buiten de Broeckerpoort is de ‘Kikkergracht’, die pas in de negentiende eeuw, na de sloop van de vestingwerken, werd gedempt.
  • Bij de gebouwen buiten de Broeckerpoort was waarschijnlijk ook de Commanderij van Sint Lazarus. Die was gebouwd voor kruisridders die besmet met lepra terug waren gekomen uit Palestina. Na de kruistochten was het waarschijnlijk een gasthuis voor lepralijders.
  • Vanuit Papekop, linksboven buiten de kaart, komt de Kerkwetering.
  • IJsselvere hoort nog niet bij Oudewater.
  • Aan de Kapellestraat zijn twee kerkjes te zien. Onder rechts de Catharinakapel die bij de Commanderij van de Johannieters hoorde, meer naar links de Ursulakapel, waarvan het koor nog steeds bestaat. De Catharinakapel is in 1577 gesloopt.
  • Op de bijkaart staat bij het gebouw op de Marktbrug ‘Civita Domus’ oftewel stadhuis. Dit gebouw was in de middeleeuwen het stadhuis van Oudewater met op de begane grond de waag. Het gebouw was groter en breder dan de huidige waag.

 

Literatuur over Jacob van Deventer:

In 2018 verscheen de ‘Stedenatlas van Jacob van Deventer’. Hierin zijn 226 plattegronden te zien van steden in de Nederlanden, getekend door Jacob van Deventer.

 

De kaart uit de Atlas van Hierges

In de collectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden bevindt zich tegenwoordig een atlas die pas in 1993 bekend werd. Deze atlas bevat onder andere ruim twintig plattegronden van steden in de Nederlanden die tussen 1570 en 1578 zijn gemaakt. Een opdrachtgever is niet vermeld, er is geen titelpagina en er is ook nergens een familiewapen te vinden. In een artikel in Caert Tresoar van 1996 identificeerde Dr. Charles van den Heuvel de opdrachtgever van de atlas als Gilles de Berlaymont, baron van Hierges. Hij deed dat op basis van de plattegronden in de atlas.

In de atlas zijn plattegronden te vinden van onder andere Buren, Schoonhoven, Muiden en Oudewater. Hierges was als militair betrokken bij campagnes tegen deze steden.  Zo nam hij op 26 juni 1575 het stadje Buren in, op 7 augustus 1575 Oudewater en op 24 augustus 1575 Schoonhoven. Op 11 mei 1576 nam hij Muiden in. Bij de plattegronden van deze steden is ook het jaar genoteerd waarin Hierges ze innam. Sommige plattegronden kunnen weer op een andere manier met Hierges in verband worden gebracht In 1572 gaf Hierges als stadhouder van Gelderland opdracht om de vestingwerken van Arnhem te verbeteren en er is dan ook een plattegrond van de vestingwerken van Arnhem in de atlas te vinden.

Gilles de Berlaymont werd rond 1540 geboren als zoon van Karel van Berlaymont, baron van Hierges. Hij was al in 1566-1567 betrokken bij het beleg van Valenciennes, de eerste belegering in de opstand die wij kennen als de ‘Tachtigjarige Oorlog’. Ook van Valenciennes is een plattegrond in de atlas opgenomen. In 1572 werd hij ridder in de orde van het Gulden Vlies. Hierges overleed op 17 juni 1579 bij de belegering van Maastricht. Hij werd begraven in Namen, maar zijn graf is niet meer zichtbaar.

Waarom liet Hierges plattegronden maken van de steden die hij belegerde?

Het is mogelijk dat de plattegronden zijn gemaakt op basis van gegevens van een spion. De ‘Rode Toren’, de toren van de oude IJsselpoort, is niet vierkant zoals op de kaart, maar rechthoekig; dat is dus niet exact opgemeten en zou een foutje van een spion kunnen zijn.

Aan de andere kant, er is geen plattegrond van Woerden in de atlas te vinden. Na de inname van Schoonhoven trok Hierges naar Woerden. Hij belegerde de stad, maar moest onverricht ter zake vertrekken. Dat er geen plattegrond van Woerden in de atlas is opgenomen, zou er voor pleiten dat Hierges alleen plattegronden ‘verzamelde’ van de steden die hij overwonnen had of waarover hij iets te zeggen had gehad. Op de plattegrond van Oudewater is ook geen bebouwing buiten de stadsmuren te zien. Die is door de burgers bij het begin van de belegering afgebroken. Ook dat pleit er voor dat de plattegrond pas na de inname van de stad is gemaakt.

Hierges liet op deze plattegrond van Oudewater ook de locaties van het geschut aan de zuid-oostzijde van de stad intekenen. Het geschut stond kennelijk opgesteld in vier batterijen, een van 4, een van 6, een van 15 en een van 2 kanonnen. Ze waren allemaal gericht op de muren rond de oude Waardpoort.

De plattegrond van Oudewater is de tweede plattegrond die van de stad werd gemaakt. Het is interessant om deze te vergelijken met de eerdere plattegrond van Jacob van Deventer. Wat zijn de verschillen?

 

 

·        Aan de zuidzijde van de Hollandsche IJssel is een bastion aangelegd ter hoogte van de Sint Michaëlskerk.

·        Ook bij de oude IJsselpoort is aan de zuidzijde van de Hollandsche IJssel een verdedigingswerk aangelegd.

·        Helemaal onderaan de plattegrond is iets te zien van het fort aan de Rolaf. Dit staat niet aangegeven op de kaart van Jacob van Deventer en moet dus tussen 1565 en 1575 zijn aangelegd.

 

Wat zien we nog meer?

·        De pijlers van de bruggen voor de poorten zijn aangegeven.

·        De bruggen over de Haven zijn aangegeven.

·        Op de Biezentoren is met een kruisje de locatie van de Biezenmolen aangegeven.

·        De stad is omgeven door een dubbele gracht.

 

Plattegrond van de nieuwe vestingwerken

 

In de collectie van het Nationaal Archief bevindt zich een manuscriptkaart waarop de vestingwerken van Oudewater zijn afgebeeld. De kaart is rond 1600 gemaakt en toont ook de plannen voor een verdere uitbreiding van deze vestingwerken met extra bastions. Mogelijk houden deze plannen verband met de plannen van prins Maurits voor een waterlinie aan de oostgrens van Holland. De Hollandse Waterlinie kwam pas in 1672 tot stand. De geplande bastions die op deze kaart zijn getekend, zijn dus nooit aangelegd.

 

 

In 1575 was Oudewater ingenomen door de Spanjaarden. Veel inwoners waren gedood. De overlevenden zochten meer dan een jaar lang elders onderdak. De stad had in deze tijd vrijwel geen inwoners: het landsbestuur in Brussel probeerde zelfs nieuwe inwoners voor Oudewater te werven. Een deel van de stad was in vlammen opgegaan. Bruggen en openbare gebouwen waren beschadigd. Het archief van het stadsbestuur was verloren gegaan.  De straten lagen vol met puin. De stad had verouderde vestingwerken die een nieuwe aanval niet konden weerstaan. Iedereen was zich ervan bewust dat er geld moest komen. Zodra de Spanjaarden uit de stad verdreven waren, werd er actie ondernomen.

 

In januari 1577 ging het werk van start. De barricades bij Broekerpoort werden verwijderd. De smid Aert Willemsz maakte nieuwe scharnieren voor de poortdeuren, de metselaar Pieter Gerritsz Paemburch herstelde het wachthuis bij de Broekerpoort.

In 1578 werden de ophaalbruggen van de IJsselpoort en de Linschoterpoort hersteld en de poortdeur van de Linschoterpoort kreeg een nieuw slot. Diverse dijken buiten de poorten, die waren doorgraven om de vestingwerken te versterken, werden weer hersteld.

 

Nu de stad weer enigszins veilig was, werd het tijd voor moderne vestingwerken. De aanleg van deze nieuwe vestingwerken gebeurde onder toezicht van de Alkmaarse vestingbouwer Adriaan Anthoniszoon, die ook Schoonhoven, Woerden, Gouda en diverse andere steden op dit punt adviseerde.

 

In 1589 moesten kleingarenbanen aan de Achterstraat ontruimd worden voor de aanleg van nieuwe wallen. Op kleingarenbanen werd het garen gesponnen en getwijnd voor visnetten en henneplinnen. Zij lagen meestal in achtertuintjes en waren in principe ook gemakkelijk op een andere plaats in te richten. Hoe zwaar deze nieuwe wallen waren, is niet duidelijk. In 1592 werd al een ordonnantie opgesteld over het gebruik van ‘eenige steedewallen’ als grofgarenbanen, wat zou kunnen impliceren dat althans een deel van de nieuwe wallen ‘af’ was in dat jaar. Nieuwbouw van de vestingwerken betekende ook niet dat de stad er helemaal open en bloot bij lag, wel dat een serieuze aanval een probleem zou zijn. Zo besloot het stadsbestuur in 1583 een bepaald vendel soldaten buiten de stad te houden en daartoe de Linschoter- en de Waardpoort te sluiten. Er moest echter ook wacht gehouden worden voor het geval de soldaten zouden proberen over de wal te klimmen.

 

Op deze kaart ontbreekt de nieuwe Waardpoort. De middeleeuwse Waardpoort lag ongeveer waar nu het stadskantoor staat. De stad was in de middeleeuwen naar het oosten toe groter. Het oostelijk deel van de middeleeuwse stad werd afgebroken voor het maken van betere vestingwerken. Dat betekende de sloop van de Catharinakapel en de bijbehorende commanderij van de Johannieters, het Sint Janshuis. In een visitatierapport van 1495 werd de commanderij beschreven als een stenen huis, groot en oud, maar in goede staat. De kapel had drie altaren, gewijd aan Johannes de Doper, Catharina van Alexandrië en het Heilig Kruis. In het visitatierapport van 1594 staat dat de commanderij is afgebroken en dat over het terrein de stadsgracht is gegraven. Het Sint Janshuis werd in 1326 voor het eerst genoemd. Waarschijnlijk was de Catharinakapel gebouwd in een vroeg-gotische stijl, misschien wel als centraalbouw. De kapel werd in de middeleeuwen regelmatig gebruikt voor ‘dagvaarten’, diplomatieke bijeenkomsten van afgevaardigden van de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland.

 

Het oosten was nu eenmal de richting waaruit de vijand te verwachten was. Het was dus belangrijk dat hier goede vestingwerken lagen. Uitbreiding naar het oosten was niet mogelijk: daar begon de provincie Utrecht. Maar door de afbraak van de commanderij van St. Jan en het niet meer opbouwen van de wijk die in 1575 bij de beschieting teloor was gegaan, was er ruimte genoeg voor moderne vestingwerken. De nieuwe poort was in 1607 af. Mogelijk is dat de reden dat de Waardpoort niet op deze kaart staat: rond 1600 was er nog geen poort. De poort werd voortaan zowel met de benaming Waardpoort als met Nieuwe Poort aangeduid. Aan de noordoostkant had de poort een spits torentje, dat in 1784 werd weggebroken.

 

In 1585 werd IJsselvere bij Oudewater gevoegd. Een stadsdeel aan de zuidzijde van de Hollandsche IJssel hield in dat er walbruggen over de rivier werden gemaakt. In de wandeling werden zij aangeduid als de ‘Goudse boom’ en de ‘Utrechtse boom’. Met een hek of een ‘boom’, een balk, kon de doorvaart ’s nachts worden afgesloten.

 

De oude IJsselpoort lag aan de noordzijde van de Hollandsche IJssel, naast de Romeijnbrug. Deze poort werd in 1588 afgebroken, op de toren na. Waarschijnlijk waren er toen al vestingwerken rond IJsselveere aangelegd maar of de nieuwe IJsselpoort er toen al stond, is niet duidelijk.

 

De aanleg van de nieuwe vestingwerken bracht ook voor de Broeckerpoort enkele wijzigingen, hoewel hier geen bastion werd aangelegd. Kennelijk werd dat ook niet nodig geacht: de vijand kwam niet vanuit Holland.

 

In 1593 en 1594 werd een nieuwe Linschoterpoort gebouwd voor het totale bedrag van 854 gulden, inclusief de brug voor de poort. De Walbrug was al in 1587 herbouwd.

 

Het Waterschap Woerden in 1630

 

Deze manuscriptkaart van het Groot-Waterschap Woerden is in 1630 gemaakt door Steven Verstraelen. De kaart maakt deel uit van een kaartboek uit het archief van het Kapittel van Sint Marie, inventarisnummer 945.

 

Het Groot-Waterschap Woerden wordt voor het eerst genoemd in 1322. In een privilege van dat jaar gaf graaf Willem III aan de baljuw van Woerden opdracht om vijf heemraden te kiezen en hij verleende aan deze heemraden autoriteit. Dit wordt wel gezien als de oprichtingsakte van het Grootwaterschap, maar waarschijnlijk bestond het Grootwaterschap al eerder en werd in 1322 het bestuur formeel geregeld. Dat was niet overbodig: in 1322 braken zowel de Lekdijk als de IJsseldijk door. Het gebied van het Grootwaterschap werd niet gedefiniëerd. Sommige delen van het Groot-Waterschap vielen onder Holland, andere onder Utrecht. Maar het belangrijkste criterium was, dat de polders van het Grootwaterschap afwaterden op de Rijn. In 1366 vond een belangrijke wijziging in de afwatering plaats: er werd nu meer geloosd op de Hollandse IJssel. Daarvoor werd de Lange Linschoten uitgediept en verbreed. In Oudewater werd een nieuwe sluis gebouwd. De Korte Linschoten werd gegraven. De Enkele en de Dubbele Wiericke werden gegraven en voorzien van een sluis.

 

 

 Waarom is deze kaart gemaakt?

De vijf kapittels van Utrecht waren middeleeuwse kerkelijke instellingen met veel landbezit. Na de reformatie werden de kanunniken in principe protestant. Op die manier behielden ze hun inkomen en dat inkomen was gebaseerd op het vele grondbezit van de kapittels. Die bezittingen lagen door heel Nederland. In de zeventiende en achttiende eeuw werd het grondbezit ingemeten door landmeters. Veel van die kaartjes werden samengevoegd in kaartboeken. Op deze overzichtskaart van het Groot-Waterschap Woerden heeft landmeter Steven Verstraelen in een lijstje rechtsonder aangegeven hoeveel land het kapittel in de diverse delen van het Groot-Waterschap bezit. Het ging Verstraelen vooral om een globaal overzicht: hij heeft niet heel precies gewerkt. Zo staat de Sint Michaëlskerk aan de verkeerde kant van de Hollandsche IJssel en het huis De Nes aan de verkeerde kant van de Lange Linschoten.

De archieven van de Utrechtse kapittels, de kapittels van de Dom, van Oud-munster, van Sint Pieter, van Sint Jan en van Sint Marie, worden bewaard bij Het Utrechts Archief. De kaartboeken zijn gedigitaliseerd en de scans zijn vrij van de website te downloaden.

 

De plattegrond van Boxhorn

 

Het is één van de bekendste plattegronden van Oudewater: de plattegrond uit de atlas van Blaeu, het fameuze ‘Toonneel der Steden’ uit 1649. De Amsterdamse kaartmaker en boekdrukker Joan Blaeu heeft een goede naam op het gebied van kaarten, maar in dit geval gaat het niet om een kaart die hij zelf had ingemeten en uitgewerkt. Blaeu zat in tijdnood omdat een concurrent ook bezig was met de uitgave van kaartboeken. Daarom kocht hij enkele stadsplattegronden van Marcus Zwerius Boxhorn.

Boxhorn werd in 1612 in Bergen op Zoom geboren als zoon van de predikant Jan Zwerius. Na het overlijden van zijn vader ging hij met zijn moeder naar Breda en vandaar met zijn grootvader, die Boxhorn heette, naar Leiden. In 1632 verscheen bij de drukker Hendrik Hondius in Amsterdam zijn kaartboek ‘Theatrum Hollandiae’, waar deze kaart deel van uitmaakte.

 

De plattegrond die Boxhorn van Oudewater maakte, bevat tal van fouten:

  • De Broeckerpoort is verplaatst en staat volgens deze kaart direct langs de Hollandsche IJssel.
  • De Kikkergracht voor de Broeckerpoort is gedempt.  Op latere plattegronden is de Kikkergracht gewoon weer aanwezig.
  • Het stadhuis staat niet op de Visbrug maar op de Markt.
  • Het Gasthuis staat niet aan het einde van de Gasthuissteeg, maar ligt tussen de Gasthuissteeg en de Reijersteeg. Op de eerdere kaart van Van Deventer en op latere kaarten ligt het Gasthuis gewoon aan het einde van de Gasthuissteeg.
  • De Sint Michaëlskerk is zo verschoven dat de toren niet meer langs de Hollandsche IJssel staat.

Dit zijn allemaal dingen die op latere plattegronden weer in de oude situatie zichtbaar zijn.

En als het nou daarbij was gebleven …. Maar nee! Geïnspireerd op ‘Toonneel der Steden’ gaf de Duitse kaartmaker Caspar Merian (1627-1686) rond 1660 een plattegrond van de vestingwerken van Oudewater uit. Ook hier staat het ‘Rathaus’ aan de Marktbrug. De Linschoterpoort wordt aangeduid als de ‘Goutse Port’ en de Broeckerpoort als de ‘Linschoter Port’. Het Gasthuis wordt aangeduid als ‘Das Closter’, wat natuurlijk wel de oorsprong (Annaklooster) weergeeft maar niet de situatie in de zeventiende eeuw. Er zouden twee poortjes zijn geweest in de Lange Burchwal, dus over de Grote Gracht. Ook hierbij geldt: een leuk verzamelaarsitem, maar de topografische waarde is beperkt.

 

 

Oudewater in 1698.

 

Op deze manuscriptkaart uit de collectie van het Nationaal Archief zijn de vestingwerken en de belangrijke gebouwen van de stad aangegeven. De poorten en gebouwen die belangrijk zijn voor militaire doeleinden zijn met een letter in de legenda verklaard.

 

Het stratenplan op deze kaart vertoont enkele opmerkelijke afwijkingen:

De Reijersteeg ontbreekt.

De Buursteeg tussen Leeuweringerstraat 35 en Leeuweringerstraat 37 is niet aangegeven.

Er lijkt een brug te zijn over de Hollandsche IJssel bij de Sint Michaëlskerk.

 

Buiten de stad zijn alleen waterlopen aangegeven, zoals de ‘Veersloot’ (Pijpenvliet), de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten.

 

Oudewater was in deze tijd formeel nog geen onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Toch was er wel veel aandacht voor het onderhoud van de vestingwerken. Zo werd in 1688 aannemer Jan ter Horst genoemd omdat hij de gracht bij de Biezenpoort moest uitbaggeren voor het ‘fortificatiewerck’. Daarmee moet de Biezentoren bedoeld zijn.

Voor het inmeten van de kaart is de Rijnlandse Roede gebruikt. Dit is de lengtemaat die tot 1816 in Holland in gebruik is. Eén Rijnlandse roede is 3,76 meter. In deze tijd waren meer regionale lengtematen in gebruik. De bekendste zijn de Stichtse Roede en de Amsterdamse Roede.

 

Plan van de fortificatiewerken van Oudewater uit 1723.

 

Deze manuscriptkaart uit de collectie van het Nationaal Archief is de enige kaart uit deze tijd waarop ook de omgeving van Oudewater in kaart is gebracht.

 

Het voornaamste doel van de kaartmaker is het vastleggen van de situatie van de vestingwerken en de bijzonderheden rond de stad die van militair belang kunnen zijn. Tuinen in en rondom de stad zijn aangegeven. Hogere stukken land zijn aangegeven, zelfs als ze middenin een perceel liggen. De molens zijn zorgvuldig ingetekend, zowel de twee korenmolens in de stad als de molens van Willeskop en één van de zuidzijder molens van de Lange Linschoten plus de noortzijder molen. De beide blekerijen buiten Oudewater zijn aangegeven.

 

Ten zuidoosten van de stad, bij de Waardpoort, is deels in potlood en deels met een gestippelde lijn in pen het ontwerp voor de nieuwe vestingwerken aangegeven. Deze nieuwe vestingwerken zouden pas zo’n 20 jaar later uitgevoerd worden.

 

 

De kaart is ingemeten en getekend door de kaartmaker Johan Philip Prevost (?-1762).

 

 

Oudewater in 1742

In 1742 werd gestart met de modernisering van de Oudewaterse vestingwerken. Oudewater was nu echt een vesting in de oude Hollandse Waterlinie.

Rond dezelfde tijd begon Gaspar Rudolph van Kinschot, de baljuw van Oudewater, met zijn boek over de stad. De illustraties werden gemaakt door H. de Winter. De Winter tekende ook een plattegrond van de stad. Hierop is Oudewater te zien met de ‘oude’ vestingwerken. Van de gebouwen in de stad is alleen de Sint Michaëlskerk aangegeven, het stadshuis, het gasthuis of het weeshuis zijn niet te vinden. Op de Biezentoren staat op de plaats van de inmiddels afgebroken molen wel een kruithuis.

Van Kinschot was zelden of nooit in Oudewater vanwege zijn functies in Delft. Voor de beschrijving van de belangrijke gebouwen in de stad zocht hij contact met de stadsbouwmeester, Johannes de Jongh. De teksten die De Jongh schreef zijn bewaard gebleven, net als de brieven die Van Kinschot aan Johannes de Jongh schreef. Hieruit blijkt, dat De Jongh de plattegrond van De Winter afkeurde en aanbood om zelf een plattegrond voor het boek van Van Kinschot te vervaardigen.

De kaart van H. de Winter is bewaard gebleven en behoord nu tot de collectie Van der Lee in het RHC Rijnstreek.

 

De kaart van Johannes de Jongh

Johannes de Jongh was de zoon van de timmerman en houtzaagmolenaar Gerrit de Jongh. Gerrit de Jongh woonde in Oudewater en had een houtzaagmolen laten bouwen net buiten de stad, in Willeskop. Johannes was houtkoper maar hij was ook stadsbouwmeester van Oudewater. Hij hield toezicht op gemeentelijke bouwwerken en maakte zonodig onderhoudsplannen. Ook het toezicht op het jaarlijkse plaatsen van straatlantaarns voor de donkere wintermaanden viel onder zijn taken.

Vanaf 1742 werd er gewerkt aan de vernieuwing van de vestingwerken rond Oudewater. Het was een ingrijpend project, waarbij de Biezenpoort en het Waterpoortje in de Lange Burchwal dichtgezet werden en waarbij de wallen verbreed en verhoogd werden ten koste van grond en gebouwen binnen de stad. Aan de zuid-oostzijde van de stad werden de vestingwerken aanmerkelijk uitgebreid.

In deze tijd werkte Gaspar Rudolph van Kinschot aan zijn boek over Oudewater. Van Kinschot wilde behalve prenten van de belangrijke gebouwen in de stad ook een recente plattegrond in zijn boek. In 1746 begon hij een correspondentie met Johannes de Jongh. De brieven gingen over en weer via Gerrit Breda, de schipper van Oudewater op Delft. Johannes de Jongh maakte de beschrijvingen van de belangrijke gebouwen in de stad en stuurde die aan Van Kinschot. Ook de plattegrond kwam ter sprake. Er was een plattegrond van Oudewater gemaakt door H. de Winter, maar daarop waren de nieuwe vestingwerken niet te zien. Johannes de Jongh bood aan om een nieuwe plattegrond in te meten en te tekenen. Van Kinschot nam dat aanbod maar al te graag aan.

De Jongh was een bescheiden mens: zijn naam staat niet onder de plattegrond. Hij kreeg er een vaatje haring voor. Reinier Boitet drukte de kaart.

De kaart van Johannes de Jongh is een bijzonder nauwkeurige weergave van de stad. Zelfs de stedesloot is aangegeven. Links, langs de Hollandsche IJssel, staat de houtzaagmolen van zijn vader.

 

In het boek van Van Kinschot staat het jaar 1747 als jaar van uitgave, maar het boek was in december 1746 al klaar. Van Kinschot stuurde via Gerrit Breda een exemplaar, ingeboden in een ‘Fransche band’, aan Johannes de Jongh als bedankje voor al het werk dat De Jongh voor zijn boek had gedaan. Maar hij mocht het boek aan niemand laten zien en zeker niet uitlenen. Wie het wilde kopen, kon terecht bij de boekhandelaar Pieter van Schobel in Gouda.